Yanmar ViO 30
Lichtgewicht met compacte afmetingen
De Yanmar ViO 30 zat met z’n 3200 kg precies op de ondergrens van de gewichtsmarge en was op de kop af 9 procent lichter dan de zwaarste. Dat stond goede prestaties bij de graafproeven niet in de weg. De Yanmar valt verder vooral op door zijn ronde en uiterst compacte bouwwijze.
De Vio blijft met z’n achterzijde (ook als hij zwenkt) binnen de breedte van 1550 mm over de rupsen. Met 1675 mm heeft hij wel de langste wielbasis van alle testmachines. Opvallend qua afmetingen is verder, dat de ViO 30 met een korte lepelsteel en een korte giek het minste bereik had (4805 mm) op maaiveld.
Ook moet de voorzijde ietwat boeten voor de binnendraaiende achterzijde. Dat neemt niet weg dat de ViO (met de giek in de rechte positie) nog geen drie meter nodig heeft om 180 graden te zwenken; dat deed niemand uit het gezelschap hem na. De giek kan 50 graden naar links en 75 naar rechts.
Goed graafwerk
De ViO 30 groef met de dieplepelbak veel kuubs uit, maar de machinist nam zich daarvoor ook veel tijd. In kuubs per uur per ton machinegewicht eindigde de Yanmar daardoor in de middenmoot. De kwaliteit van de sleuf zat onder gemiddeld (onder andere de bodem niet vlak en onregelmatig diep), maar de netheid bij het uitstorten was goed voor een dubbelplus.
In de tweede poging met de brede bak was het uitstorten nog steeds netjes en wist de machinist z’n graafwerk op een plus te krijgen. Door de volle bakken die hij daarbij pakte, eindigde hij qua kuubs zand per ton machinegewicht aan de goede kant van gemiddeld. Al met al een knappe prestatie voor een dergelijk lichte en compacte machine.
De cabine valt in positieve zin op door z’n ruime in- en uitstap en z’n ruime binnenmaten. Rond is hier duidelijk beter dan hoekig. Ook met geopend portier vallen de zij- en achterkant van de ViO onder de noemer binnendraaier: het portier buigt mee met de ronding van de machine. De zwenksnelheid blijkt ondanks een vermogen van slechts 18,4 kW het hoogst.
De driecilinder Yanmar draait onbelast maar liefst 2640 toeren. De dieseltank is met een inhoud van 37 liter vrij klein en de geluidsdruk in de cabine is pittig: Aboma/Keboma mat een LpA van 84.
Praktische details
Het rondomzicht levert nauwelijks dode hoeken op en de werklamp midden onder de giek is bijzonder praktisch. Dat geldt ook voor de beschermkap over de cilinder van de zwenkkolom (met daarop een antisliplaagje). De ViO verdient wat dat betreft een pluim voor z’n doordachte details en is voorzien van een goede Nederlandstalige brochure. De Grammer stoel geeft een goede steun in de lenden.
Normale à bovengemiddelde prestaties van een compacte en lichte machine, die met zijn achterkant als enige van het testgezelschap ‘binnendraait’. Veel goed doordachte details, met als dissonant een bovengemiddeld geluidsniveau.
|
Uit: BouwMachines 13 | 2004












