
Sloopbedrijf Sturm en Dekker in Oostkapelle (Zeeland) gaat zich ook toeleggen op bodemsanering. Het bedrijf hoopt voor de zomer de benodigde certificaten te halen. Deze uitbreiding van de activiteiten is volgens directeur André Verheijke noodzakelijk voor het verwerven van nieuwe opdrachten.
Het sloopbedrijf heeft zwaar te lijden onder de crisis. De omzet is de laatste maanden met ruim dertig procent gedaald. Het bedrijf heeft daarom onlangs werktijdverkorting aangevraagd voor een deel van het personeel. (Lees hierover het artikel ‘Sloopbedrijf Sturm en Dekker in zwaar weer’.)
Bij sloopwerkzaamheden blijkt ook vaak dat de bodem verontreinigd is. Sturm en Dekker mocht die sanering nooit uitvoeren, omdat het bedrijf daarvoor geen certificaat had. "Opdrachtgevers hebben te kennen gegeven dat zij het liefst zaken doen met één bedrijf en sloop en sanering dus in één hand willen houden. Dat betekent dat ze in de toekomst alleen nog maar zaken willen doen met bedrijven die dat allebei kunnen en mogen", verduidelijkt Verheijke de noodzaak om zich ook deze kennis eigen te maken.
Sturm en Dekker was al bezig met deze ontwikkeling voordat de economische crisis losbarstte. Dat neemt volgens de directeur niet weg dat het bedrijf met de bodemsanering een extra instrument in handen krijgt om meer werk binnen te halen en zo de terugval in andere opdrachten wat te compenseren.
Het personeel wordt nu opgeleid om bodemsaneringen te kunnen uitvoeren. Dat past tevens in het streven van het bedrijf om werknemers op meerdere disciplines in te kunnen zetten, zegt hij in dagblad PZC. "Kraanmachinisten moeten ook wel eens slopen, en vrachtwagenchauffeurs doen ook wel eens wat anders."
Een scholingsplan behoort bovendien tot de eisen die worden gesteld aan de toekenning van werktijdverkorting. Het opleiden van personeel is namelijk een alternatief in tijden waarin er minder werk is. Medewerkers zijn volgens Verheijke ook graag bereid extra opleidingen te volgen. Ook worden zij gedetacheerd bij andere bedrijven. Voor Sturm en Dekker heeft dat het voordeel dat ervaren krachten in dienst blijven en inzetbaar zijn als er meer of specialistisch werk is.
Bron: PZC













