
Rijkswaterstaat is begonnen met het verstevigen van de vooroevers van de dijken in de Oosterschelde. Hierbij wordt zwaar gesteente gestort op die plaatsen waar de stabiliteit van de dijk in gevaar is. Het werk begint bij Cauwersinlaag en duurt tot en met 30 april 2010. Tijdens het werk is een duikverbod van kracht.
In de Oosterschelde wordt in de komende periode gewerkt op drie plaatsen: • bij Cauwersinlaag wordt over een lengte van 160 meter gestort, • bij Zuidhoek-de Val komt vervolgens 575 meter aan de beurt en • bij Schelphoek wordt tenslotte over 300 meter bestort.
Schelphoek en Cauwersinlaag
Op de locaties Schelphoek en Cauwersinlaag, op de strook waar vergunning is verleend voor de kreeftenvisserij, wordt de afdeklaag voorzien van verspreide hopen breuksteen van verschillend formaat en vorm. Dit heeft als doel dat uiteenlopende planten- en diersoorten hier een geschikte leefomgeving vinden.
Zuidhoek-de Val
Voor de locatie Zuidhoek–de Val wordt een zelfde ontwerp uitgevoerd. Op de locaties is inmiddels een nulmeting verricht naar de huidige staat van flora en fauna. Komende jaren wordt er verder bijgehouden hoe de flora en fauna zich na de bestortingen ontwikkelen.
Eb en vloed zorgen in de Oosterschelde voor sterke stroming. Stroming en golfslag schuren op sommige plaatsen grond weg van het gedeelte van de dijk dat onder water ligt, de zogeheten vooroever. Afkalving van de vooroever verzwakt het fundament van de dijk. Daarom versterkt Rijkswaterstaat op alle bedreigde plaatsen de vooroevers. Dit gebeurt met slakken en breuksteen, zwaar materiaal dat ook onder sterke stroming en golfslag niet wegspoelt.
Bron: Rijkswaterstaat













