
Alexander Sakkers (voorzitter TLN) en Mariëtte van Empel (Directeur Klimaat, Lucht en Geluid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu) voor twee vrachtauto’s die rijden op alternatieve brandstoffen.
Amsterdam, 30 januari 2012 - De mobiliteitsector staat voor de opdracht om de CO2 uitstoot met 60% te reduceren in 2050. Tegelijk worden fossiele brandstoffen schaarser en dus duurder. De zoektocht naar toepassingsmogelijkheden voor alternatieve brandstoffen is volop in gang. Een goede samenwerking tussen de transportsector, overheden voertuig- en brandstofleveranciers is noodzakelijk om de ontwikkelingen te versnellen. Transport en Logistiek Nederland (TLN) en ING Nederland stellen op basis van een vandaag gepresenteerd onderzoek door NEA dat een regiegroep deze rol op zich moet nemen.
Voor de korte termijn blijft diesel voor het goederenvervoer over de weg de belangrijkste brandstof maar alternatieve brandstoffen zullen de komende jaren terrein winnen. Dé alternatieve brandstof en dé transportsector bestaan nog niet. .Van belang is mogelijke brandstofalternatieven mogelijk te maken voor de juiste deelsegmenten in het goederenvervoer over de weg Stadsdistributie en internationaal vervoer vergen bijvoorbeeld een heel verschillende aanpak. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat kleine transportondernemers voorlopig het best kunnen blijven inzetten op brandstofbesparing. Voor grotere bedrijven zijn investeringen in groene brandstoffen beter te realiseren. Zo kunnen zij als koploper zichzelf en de sector vooruit brengen.
Regie om stagnatie te voorkomen
Het onderzoek laat een duidelijke waarschuwing zien. De economische crisis kan een belemmering inhouden voor verdere vergroening in de transportpraktijk. Om toekomstige CO2-doelen te realiseren moet de sector nu voluit kunnen innoveren door alternatieve brandstoffen in de praktijk toe te passen. Van belang is daarbij het principe van gemeenschappelijke doelen maar individuele risico’s te doorbreken. TLN en ING stellen daarom voor een regiegroep in te stellen die belemmeringen rond de toepassing van alternatieve brandstoffen kan wegnemen. Het is bijvoorbeeld doodzonde als een innoverende transportondernemers nog niet met vloeibaar aardgas (LNG) aan de slag kan omdat de regelgeving voor tankinstallaties in de gemeente nog niet helder is.
De regiegroep kan de belangen van overheden, transporteurs, voertuig- en brandstofleveranciers verbinden en werkbare oplossingen voor de praktijk initiëren. .
Uniforme methodiek CO2-registratie
Om CO2 te kunnen reduceren heeft de transportsector dringend behoefte aan een uniforme methodiek van CO2-registratie. Met zo’n uniforme aanpak wordt voorkomen dat registratie en reductie van CO2 in de bedrijfstak onjuist en onbetrouwbaar wordt gerapporteerd. Zo’n betrouwbare methodiek is ook steeds meer van belang voor verladers om te voorkomen dat er geconcurreerd woord op methodieken in plaats van op CO2-reductie. TLN werkt dit jaar tezamen met andere partijen aan het vaststellen van zo’n uniforme methodiek die vanaf volgend jaar als standaard voor de transportsector moet kunnen gelden.
Het NEA onderzoek ‘Alternatieve Brandstoffen: gat in de markt of verre toekomst perspectief? -’in opdracht van TLN en ING - is vandaag aangeboden aan Mariëtte van Empel (Directeur Klimaat, Lucht en Geluid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu).













